Ja zeggen terwijl alles juist in je lijf nee zegt.
Je voelt het, écht. Die knoop in je buik, de lichte irritatie en de spanning in je borst. Eigenlijk wil je je grens aangeven.
En tóch hoor je jezelf op hetzelfde moment tegen de ander zeggen:
“Is goed.”
“Geeft niet.”
“Maakt niet uit.”
’s Avonds lig je in bed en vraag je je af waarom je dit nou weer doet? Waarom je weer je grenzen niet hebt aangegeven. Want je bent je er in het moment bewust van én dat maakt het misschien allemaal nog frustrerender.

Veel mensen denken dat dit een communicatieprobleem is. Dat je gewoon moet leren duidelijker te zijn. Of dat het je misschien wel ontbreekt aan wilskracht. Dus je maakt het besluit om vanaf morgen echt anders te doen en je grens aangeven.
Maar dat is niet waar het schuurt, waarom je elke keer weer vastloopt in hetzelfde stuk.
Je blijft vastzitten in dit gedrag omdat er diep in jou een angst schuilt. Een angst voor afwijzing, voor conflict en/of voor schuldgevoel.
Die drie zorgen ervoor dat je lichaam in de weerstand schiet zodra jij je behoefte wilt uitspreken. Je hoofd kan wel denken dat je dit best mag zeggen. Maar je zenuwstelsel denkt en voelt gevaar, rode vlaggen omdat de verbinding verbroken kan worden. En verteld je dus letterlijk om het niet te doen.
Maar weet je, je lichaam wint het altijd van je woorden.
Als peuter zat je in de nee-fase. Dat weet je vast nog wel. Je wist precies wat je wel en niet wilde en kon makkelijk je grens aangeven. Bij wie je wel op schoot wilde en bij wie niet, wist je ook heel goed.
Je lichaam gaf duidelijke signalen en instinctief volgde je ze.
Tot je leerde dat dat niet altijd handig was, niet gewenst was.
Misschien voelde je spanning in huis, maar werd er gedaan alsof alles oké was.
Of hoorde je de opmerking dat je niet zo gevoelig moest zijn. Werd je verplicht om knuffels te geven aan familieleden wat je helemaal niet wilde. Of moest je spelen met kinderen waar je eigenlijk niet mee wilde spelen. En misschien kreeg je straf of werd je afgewezen wanneer je emoties te groot waren. Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken…
En met al deze onderdelen leer je iets gevaarlijks voor op langere termijn. Dat je gevoel niet klopt en je lichaam overdrijft. Waarbij het dus veiliger is om jezelf aan te passen. En zo ben je je eigen signalen gaan wantrouwen en gaan negeren omdat je loyaal was aan verbinding.
Nu ben je volwassen maar je systeem reageert nog steeds alsof jouw veiligheid afhangt van aanpassen. Dus je:
Wat hier onder zit: jij voelt je verantwoordelijk voor de emotionele sfeer van de ruimte.
Je:
Wat hier gebeurt: jij kiest voor harmonie boven echtheid.
Wat je eigenlijk bedoelt is dat het je wél iets doet, maar je kiest ervoor het niet zichtbaar te maken.
Je
Hier kies je voor korte termijn rust, maar betaalt met lange termijn frustratie.
En daarna voel je je leeg. Je hebt je grenzen, je weet ook wat ze zijn maar het lukt je niet om je grens aan te geven. In alles probeer je het nu anders te doen. Je leest, praat en denkt erover na. Maar op het moment suprême neemt je lichaam het over. Omdat veiligheid belangrijker is dan gelijk hebben.
Je kunt precies uitleggen waar het vandaan komt. De patronen van jezelf ken je ook wel. En je ziet het gebeuren. In het moment weet je dat je anders wilt reageren. Maar toch gebeurt het weer. Dat komt omdat je brein geen woorden gelooft, maar ervaringen.
Zolang jouw lichaam blijft ervaren dat “nee zeggen, spanning betekent”, zal het kiezen voor aanpassen. Je probeert de oude identiteit beter te maken. Maar je leeft nog steeds als de vrouw die verbinding moet veiligstellen. Dat is waarom het terugkomt.

Je zenuwstelsel moet leren dat je overleeft wanneer je nee zegt, bij je eigen grenzen blijft. Dat gebeurt niet door jezelf moed in te praten. Dan doe je het op wilskracht en dat is niet wat werkt. Je mag je lichaam je lichaam nieuwe ervaringen geven.
Door vóórdat het echte moment plaatsvindt al te oefenen met de nieuwe versie van jou.
De versie die:
– Rustig blijft staan wanneer iemand teleurgesteld is
– Ongemak verdraagt zonder zichzelf te verlaten
– Haar behoefte uitspreekt zonder zich te verdedigen
Wanneer je dat herhaaldelijk ervaart, gaat je systeem nieuw bewijs verzamelen. Bewijs dat het veilig is, dat grens aangeven mag en dat je verbonden blijft met de ander óók als je voor jezelf kiest.
Dat is herprogrammering.
Wanneer je dit eenmaal weet toe te passen, kan je niet meer anders. Wil je niet meer anders.
Ik noem het ook wel het spel tussen je 2 oren. En als je dat spel doorhebt, kan je alle kanten op.
Want je zat nooit vast. Je was alleen op zoek naar bewijs dat dat zo was. Ontdek de eerste stap van het spelletje in deze blog.
Denk aan een situatie waarin je normaal gesproken ja zou zeggen.
Zie het moment voor je. Hoor de woorden. Voel de spanning.
Zie nu dat jij rustig je grens aangeeft. Denk aan:
“Dat gaat niet.”
Of: “Daar kies ik niet voor.”
Geef geen uitgebreide uitleg en verdediging.
Adem erdoorheen.
Blijf zitten in het ongemak zonder ervoor weg te gaan.
Het hoeft niet gelijk een groot onderdeel te zijn, een mini onderdeel is oké. Leer je systeem dat het veilig is om je grenzen aan te geven.
Weet je, je bent niet slecht in grenzen (aangeven). Je bent gehecht geraakt aan de identiteit van degene die het oplost. Die kiest voor de ander ipv zichzelf. En zolang die identiteit veiligheid biedt, blijf je haar beschermen.
Is het nu tijd voor jou om dit op identiteitsniveau te veranderen? Op dieper niveau te integreren en je script te herschrijven op onderbewust niveau? En je nieuwe identiteit te trainen tot je lichaam het gelooft en je ineens onbewust je grenzen aangeeft?
Laten we kennismaken en je nieuwe versie ontmoeten zodat ook jij gaat reageren zoals de nieuwe versie van jou al doet om goed voor haar zelf te zorgen en bij haar zelf te blijven.
Je brein zoekt altijd bewijs.
Laat het vanaf vandaag alleen bewijs vinden van jouw groei, niet van je beperking.
Copyright © Het is je Gelukt